Gemeenten en specialistische jeugd-ggz zoeken verbinding

In een aantal gemeenten is het jaarbudget dat gereserveerd is voor de specialistische geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd in september geheel verbruikt. Zou het niet fijn zijn voor zorgaanbieders om de vraag naar specialistische jeugd-ggz on-hold te kunnen zetten? De realiteit blijkt echter weerbarstiger: de zorgvraag van jeugdigen met gedifferentieerde problematiek waarbij specialistische hulp nodig is, kent immers geen aan- of uitknop.

De grote vraag is dan ook: waarom is het jaarbudget dat gereserveerd is voor specialistische jeugd-ggz bij een gemeente in september al op? Zijn de inkoopafspraken gebaseerd op verkeerde inschattingen? Is de vraag om hulp toegenomen? Het antwoord op deze vragen lijkt lastig boven tafel te krijgen.

Productgroepen

De DBC-systematiek (Diagnose Behandeling Combinatie) bestaat voor de specialistische-ggz vanaf 2006. De DBC-systematiek is in gebruik genomen om meer inzicht te geven in de geleverde specialistische-ggz en om deze zorg beter, veiliger en betaalbaarder te maken. De systematiek definieert een groot aantal productgroepen. Een productgroep wordt afgeleid van de gestelde specialistische diagnose en de tijd die behandelaars (o.a. psychiaters, psychologen, verpleegkundig specialisten) besteden in een individueel zorgtraject. De afspraken tussen zorgaanbieders en financiers worden vooraf op basis van deze productgroepen gemaakt. Het gaat hierbij om het te leveren aantal zorgtrajecten en het tarief per productgroep. Echter is het heel lastig om te voorspellen in welke productgroep een individueel zorgtraject terecht zal komen omdat iedere casus uniek is. Neem bijvoorbeeld productgroep 00042 (“Overige kindertijd - vanaf 1800 tot en met 2999 minuten”). Aan het begin van een zorgtraject kun je nauwelijks bepalen of het traject in een lagere (‘800 tot en met 1799 minuten’) of een hogere (‘3000 tot en met 5999 minuten’) productgroep terecht komt. Een gemeente vindt dit lastig, zij moeten nu beschikkingen afgeven voor het leveren van zorg waarbij de producten en prijzen een variabele factor zijn. De hoeveelheid zorg die geleverd gaat worden staat van tevoren niet vast en daarmee is het lastig om hier budgetten voor te reserveren.

Gemeenten en aanbieders van specialistische-ggz spreken niet dezelfde taal

 

Zorgverzekeraars hebben al meer dan 10 jaar ervaring met de DBC-systematiek en zijn daardoor gewend om met zorgaanbieders inkoopafspraken te maken over deze productgroepen en deelprestaties. Ze kennen de inhoud en betekenis van de materie en spreken dezelfde taal.  In 2015 is de financiering van de specialistische jeugd-ggz overgeheveld van de zorgverzekeraars naar de gemeenten. Vanaf dat moment moesten de gemeenten gaan praten met zorgaanbieders in de specialistische-ggz die productgroepen, declaratiecodes en deelprestaties hanteren. De gemeenten daarentegen werken met beschikkingen. Bij de gemeente kunnen burgers aankloppen voor bijvoorbeeld hulp en ondersteuning in huis. De gemeente geeft daarvoor vervolgens een beschikking af, waarmee concreet financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor bijvoorbeeld het leveren van thuiszorg of het aanschaffen van een traplift. Iedere gemeente heeft op die manier een productcatalogus, waarin deze producten beschreven staan. In veel gevallen ontbreken de productgroepen die worden gebruikt in de specialistische jeugd-ggz. Vervolgens zijn zorgaanbieders rekeningen gaan sturen op basis van productgroepen, welke niet voorkomen in de catalogus van de gemeenten. Het resultaat hiervan is dat betalingen vertraging oplopen en de administratieve lasten hierdoor toenemen aan beide kanten.

Zorgaanbieders spreken de taal van de gemeente op het gebied van WMO

 

In het geval van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (wmo) hebben de zorgaanbieders de taal van de gemeenten moeten leren spreken. Begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen zijn in 2015 overgeheveld van de AWBZ (tegenwoordig WLZ) naar de gemeenten. De gemeente levert deze producten aan in de vorm van beschikkingen. Daardoor moesten de zorgaanbieders deze productcatalogus in hun EPD-systemen opnemen om deze te kunnen registeren en declareren.

Afschaffing DBC’s voor jeugd-ggz

 

Eind 2014 was al duidelijk dat de DBC-systematiek voor de jeugd-ggz in 2018 zou worden afgeschaft. Daarmee komt een mogelijke oorzaak van de geschetste problematiek aan het licht. Hoeveel tijd en energie moet je in een systematiek investeren als op voorhand al duidelijk is dat deze wordt afgeschaft?

Met de afschaffing van de DBC’s voor de jeugd-ggz veranderen de procedures en afspraken tussen de gemeenten en zorgaanbieders. Hiervoor zijn door de VNG landelijke richtlijnen opgesteld, waarbij dringend wordt geadviseerd deze over te nemen en te gebruiken. Ondanks dit advies zijn er legio mogelijkheden om hier invulling aan te geven. Zo zijn er bijvoorbeeld drie verschillende uitvoeringsvarianten. Bij iedere uitvoeringsvariant heb je de keuze uit meerdere declaratievormen (bijvoorbeeld ‘declareren per 4 weken’ of ‘declareren per maand’; ‘prijs keer aantal’ of ‘vast bedrag per maand’). Omdat veel zorgaanbieders in de specialistische-ggz zorg leveren aan een grote regio, resulteert dit in verschillende afspraken met diverse gemeenten over dezelfde producten. Zorgaanbieders en gemeenten hebben daardoor te maken met een groot aantal verschillende afspraken per product, toegepast in verschillende varianten waardoor de communicatie hierover nog complexer wordt.

Hieruit kunnen we concluderen dat de processen tussen gemeenten en zorgaanbieders niet op elkaar aansluiten. De gemeenten hebben daardoor moeite om de juiste budgetten te reserveren voor de zorg die geleverd moet worden. Het resultaat hiervan kan zijn dat het budget voor het einde van het jaar al op is.

Voorbereiding op 2018

 

Inmiddels staat 2018 voor de deur. Alle jeugd-DBC’s dienen per 31 december 2017 te worden afgesloten en te worden omgezet naar trajecten met jeugdzorg-beschikkingen. Zijn deze keer wel de juiste inkoopafspraken gemaakt? De consultants en projectmanagers van Beter Healthcare kunnen zowel zorgaanbieders als gemeenten op diverse manieren ondersteunen bij de overgang naar en verdere implementatie in 2018. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Ondersteuning bij de totstandkoming van de juiste kwantitatieve inkoopafspraken op basis van onze kennis over de jeugd-ggz en onze ervaring met data-analyse;
  • Ondersteuning bij het inrichten van IT-systemen voor de registratie en declaratie van zorg;
  • Ondersteuning bij het up-to-date krijgen van de kennis van de betrokken medewerkers van zorgaanbieders en gemeenten;
  • Ondersteuning van zorgaanbieders bij het structureel verminderen van het aantal afgekeurde declaraties.


Wij van Beter Healthcare geloven erin dat door goede afspraken te maken en processen op elkaar af te stemmen, veel van de problemen verholpen kunnen worden. Met ons team van ervaren consultants kunnen wij u daarin ondersteunen. Wij gaan dan ook graag met u het gesprek aan. Nieuwsgierig wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen? Neem contact op met ondergetekende.

Jeroen Janssen, Senior Consultant GGZ & Care

088 - 455 86 00

info@beterhealthcare.nl

Jeroen Janssen heeft meer dan tien jaar ervaring met het ondersteunen van GGZ-instellingen bij vraagstukken op het gebied van registratie, declaratie en verantwoording. Sinds januari 2017 is hij als Senior Consultant verbonden aan Beter Healthcare.